Bas Defize

dr. Bas Defize (1955) studeerde biologie aan de Universiteit van Utrecht en promoveerde op een proefschrift over het werkingsmechanisme van een groeifactor-receptor aan het Hubrecht laboratorium der KNAW, ook in Utrecht. Na een twee-jarig postdoc onderzoek aan de Universiteit van Californie in San Diego werd hij in 1990 aangesteld als projectgroepleider in het Hubrecht laboratorium. Hij doet moleculair- en celbiologisch onderzoek aan celbesturings-mechanismen in de embryonale ontwikkeling. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het onderwijsprogramma van het Hubrecht laboratorium en is hij managing director van de Utrechtse onderzoekschool ontwikkelingsbiologie. Enige landelijke bekendheid heeft hij te danken aan zijn optreden op televisie als biologisch deskundige in de populaire Teleac wetenschapsquiz Hoe?Zo!

Bas Defize houdt zich bezig met het ontrafelen van mechanismes die er voor zorgen dat de cellen in een zich ontwikkelend embryo terecht komen waar ze terecht behoren te komen. Hij onderzoekt vooral hoe de cellen met elkaar communiceren en signalen uitwisselen.

Het reproduktief kloneren van mensen is gerommel in de marge van de wetenschap. Het is wetenschappelijk niet interessant en vanuit ethisch oogpunt volslagen onwenselijk. De gecloneerde mens wordt immers opgescheept met een niet te dragen last: het volledig identiek zijn aan de bron van zijn DNA. Dat is tenslotte de enige reden van zijn bestaan, en het is daarenboven een onmogelijke opdracht, omdat zelfs een eeneiige tweeling (dat zijn clones!) niet identiek is.
Therapeutisch cloneren daarentegen is veelbelovend, maar we hebben nog een lange weg te gaan voordat er echt toepasbare resultaten zullen worden behaald. Het idee beschadigd weefsel te vervangen met lichaamseigen cellen, geproduceerd vanuit een gecloneerd embryo is mooi, maar de schaal waarop die techniek zal kunnen worden toegepast is klein. Het is een omslachtige en daardoor dure techniek. De correcte sturing van de differentiatie van embryonale stamcellen naar het juiste celtype is het grootste probleem, alsmede het verkrijgen van voldoende materiaal.

Bas Defize gaf 23 september een lezing over therapeutisch klonen, hij nam als panellid deel aan het openingsdebat op vrijdag 16 september.

samenvatting lezing:
De processen die het ontstaan van een complex organisme mogelijk maken zijn celdeling, celdifferentiatie en morfogenese. Alle gewervelde organismes kennen hetzelfde fylogenetische stadium, waarin de kop, staart, aanleg van de wervels en het hart zich ontwikkelen, in deze fase lijken we allemaal op elkaar.

Embryonale stamcellen zijn de voorlopers van alle verschillende weefseltypes. De stamcellen zijn te isoleren uit een embryo in het blastocyst stadium. De eerste humane stamcellen zijn verkregen via een IVF kliniek. Uit 36 rest embryo’s werden uiteindelijk 5 stamcellijnen geïsoleerd. Deze werden getest door ze in een muis onder de huid in te brengen waar ze uitgroeiden tot een teratoom, waarin alle menselijke weefsel werden terug gevonden, het bewijs dat het dus stamcellen waren die werden ingebracht.

Voor medische toepassingen is het interessant als je stamcellen kan laten uitgroeien tot gedifferentieerde cellen en die kan terugplaatsen. Om afstotingsverschijnselen te voorkomen moeten de stamcellen liefst hetzelfde weefseltype hebben als de patient. Dat is te bereiken met therapeutisch cloneren. Hierbij haal je de kern uit een geactiveerde eicel. Deze lege eicel kan een andere, zelfs adulte kern herprogrammeren tot een embryonale kern. Dit nieuwe embryo wordt gebruikt om stamcellen uit te isoleren. Indien het embryo in zijn geheel terug geplaatst wordt in een baarmoeder zou het theoretisch tot een humane kloon kunnen uitgroeien. Bij dieren wordt dit wel al gedaan, bij mensen niet. Het volledige herprogrammeren van een adulte celkern is een complex proces. Bij het kloneren moet er geen exacte kopie worden verwacht; bij het kloneren van poezen is het karakter en zelfs de vachtkleur vaak totaal anders. Dit komt omdat de genen ook random reageren op veranderingen in de omgeving en daardoor minder voorspelbaar zijn. Transgene dieren zijn dieren die zijn verbeterd met bepaalde toegevoegde eigenschappen. Dit is een complex proces zodat als je eenmaal een goed transgeen dier hebt, je die door kloneren wilt vermenigvuldigen. Dit gebeurt bij koeien. Kloneren gaat over het maken van een kopie, genetische manipulatie gaat eigenlijk veel verder, het voegt nieuwe eigenschappen toe en verwijdert ongewenste eigenschappen. Reproductief kloneren van mensen dient geen enkel doel en stelt de kloon voor een onmenselijke opdracht hetzelfde te zijn als zijn voorganger. Als we genetisch manipuleren, wat voor een aantal medische toepassingen zeer wenselijk is, dan moeten de transgene organismen geïsoleerd worden van de natuurlijke populatie.

english summary:
Cell division, cell differentiation and morphogenesis are the processes that enable the creation of a complex organism. All vertebrates share a common phylotypic stage, during which the head, tail, and vertebra are clearly recognizable and the heart develops. During this stage all vertebrates look very similar.

Embryonic stem cells are the precursors of all possible types of tissue. The stem cells can be isolated from an embryo in the blastocyst stage. The first human stem cells were obtained from an IVF clinic. From thirty six left over embryos it was possible to isolate five stem cell lines. These were tested on mice, introducing the cells under their skin where they developed into a teratoma, from which all human tissues were retrieved. This proved that the implemented cells were indeed stem cells.

For medical applications it is interesting to let stem cells develop into differentiated cells that can be returned to the body. To prevent rejection stem cells should ideally be of the same tissue type as the patient. This can be done with therapeutic cloning. In this process the nucleus is taken out of an activated egg cell. This empty egg cell can reprogram a different, even adult nucleus into an embryonic nucleus. This new embryo can be used to obtain stem cells. When the entire embryo is returned into a uterus this could become a human clone in theory. With animals this is being done, not with humans. The reprogramming of an adult cell nucleus is a complex process. You can_t expect an exact copy from cloning; the cloning of cats showed differences in character and even in fur colour. This is caused by random reactions of the genes to changes in the environment, making them less predictable. Transgenic animals are animals that have been improved with additional genetic features. This is a complex process, if you finally have one good transgenic animal you will see the advantages of multiplying it by cloning. Cloning is about making a copy, genetic manipulation is in fact more radical, it adds new features and deletes unwanted features. Reproductive human cloning does not serve any purpose and burdens the clone with an inhuman role of being the same as his predecessor. If we genetically manipulate organisms, which could be desirable for several medical applications, then we should keep the transgenic organisms isolated from the natural population.

relevante links:

stamcellen: kennislink

onderzoeksinformatie KNAW

 

Bertus Beaumont

Johan Braeckman

Bas Defize

José van Dijck

Annemarie Estor

Frank Grosveld

Bas Haring

Jan Hoeijmakers

Wiel Hoekstra

Marli Huijer

Ruud Kaulingfreks

Jan C. Molenaar

Miriam van Rijsingen

Martijntje Smits

Tsjalling Swierstra

Aad Tibben

Tjeerd Tijmstra

Cor van der Weele

Robert Zwijnenberg