Mieke Smits

Mijn werk en mijn projecten komen voort uit mijn fascinatie voor- en onderzoek naar huid en vel, hierin hebben zich diverse lijnen ontwikkeld. IRFAK is het resultaat van een almaar verder uitdiepen van de onderzoekslijn die betrekking heeft op de inmiddels bijna universele behoefte aan het identieke lichamelijke schoonheidsideaal, gecreëerd door toepassing van plastische chirurgie, liposuctie e.d. “Plastic Skin” als ideaalbeeld. De behoefte aan eenvormigheid, het streven naar eenzelfde uiterlijke vorm van maten en verhoudingen met een strak getrokken huid als omhulsel. Het afwijzen van de natuurlijke oorspronkelijkheid en eigen identiteit.

IRFAK
In IRFAK visualiseer ik niet het beoogde eindresultaat van de plastisch chirurgische ingrepen in het menselijk lichaam. IRFAK gaat een stap verder: “Wat doen we met de resten, met het vet dat overblijft na een liposuctie”?
Het bedrijf IRFAK stelt zich tot doel dit weggezogen menselijke vet uiteindelijk te vermarkten als oraal tot zich te nemen voedselproduct. Is het - op welke wijze dan ook - te legitimeren dat dit menselijke vetafval als voedsel (oraal te nuttigen) op de markt wordt gebracht? Kan op deze wijze onze hang naar een identieke lichamelijke vormgeving, waarvoor diverse ingrepen in het lichaam nodig zijn, worden gecombineerd met een optimale wereld voedselproductie?

IRFAK in relatie tot kloone4000
Kloone4000 richt zich voor mijn gevoel op de celmechanismen in het menselijke lichaam. Vragen die ik mij vanuit IRFAK project denken in relatie tot kloone4000 stel hebben voor een groot deel betrekking op de werkelijkheid waarin wij nu leven in relatie tot deze veelal onbewuste celmechanismen in het menselijke lichaam.

De ontwikkeling van onze beschaving is inmiddels zover dat we (in het westen) niet meer dagelijks bezig hoeven te zijn met voedsel vergaren. We hebben tijd om ons te verdiepen in de meest wenselijke esthetische vormgeving van het menselijk lichaam en in de vraag hoe we dit kunnen bereiken. Het geestelijke concentratiepunt is aan het verschuiven van het in leven houden van het lichaam naar gecontroleerde maakbaarheid en identieke uiterlijke vormgeving. Een van de middelen waarmee men het lichaam uiterlijk kan vormgeven, kan aanpassen aan een soort van universele (subjectieve) schoonheidsmaten is het wegzuigen van vet, de liposuctie. De elders uit het lichaam weggezogen vetcellen terugplaatsen middels injecties in het gezicht als antirimpel behandeling is ethisch en esthetisch helemaal verantwoord.

Ik vraag me af hoe eenvormig wij lichamelijk al zijn geworden doordat (levende) lichaamseigen cellen zich hebben vermengd met (levende) lichaamsvreemde cellen met een ander celgeheugen? Dit vermengen van niet dode lichaamscellen vindt al sinds jaar en dag volkomen legitiem plaats bij een zogenaamde bloedtransfusie. Tijdens een bloedtransfusie neemt men bloedcellen met daaraan gekoppeld de lichaamsvreemde celinformatie cq. celgeheugen uit het lichaam van de donor op in het eigen lichaam.
Van hoeveel personen zit er bloed bij elkaar gemengd in 1 liter om maar iets te noemen? Hoe wordt het gehele lichaam beïnvloed door deze andere cellen van buitenaf met een geheel ander celgeheugen dan het oorspronkelijke celgeheugen in het lichaam van de ontvanger?
De relatie naar orgaandonatie: Het is bekend dat het voorkomt dat men gewoonten die men voorheen niet had na het ontvangen van een donorgaan opeens wel heeft, blijkt dan na onderzoek een gewoonte van de donor te zijn.
Creëert dit lichaamsvreemde celgeheugen andere, nieuwe herinneringen?

Geld dit dubbelop voor het menselijk lichaamsvet dat kan gaan worden hergebruikt als gevolg van onze mateloze behoefte aan een identieke vormgeving die wij als schoonheidsideaal zien? Wordt door de specifieke wijze van hergebruiken van deze lichaamstof niet alleen de buitenkant identiek, (vormaanpassing middels liposuctie of inspuiting) maar uiteindelijk ook de innerlijke belevingwereld?
Zijn we al een hele tijd op weg naar meer identieke vormgeving en belevingswereld dan we ons hebben gerealiseerd? Is het klonen ten behoeve van een uniforme samenleving uiteindelijk niet nodig omdat we onszelf langzaam maar zeker al aan het “verklonen” zijn?
Zijn wij onbewust kannibalen van levende lichaamsonderdelen van onze medemens en is dit volkomen legitiem omdat een en ander niet via de orale weg in het lichaam wordt opgenomen?

Wat gebeurt er als men oraal een substantie, in dit geval afkomstig uit het menselijk lichaam, tot zich neemt? De substantie wordt gekauwd en vermalen, in de maag onder invloed van maagzuur ontdaan van alle nog aanwezige oorspronkelijke celinformatie en compleet geassimileerd door het ontvangende lichaam.
Gaan we in de toekomst werkelijk legitiem met zijn allen oraal het vet nuttigen weggezogen bij de wel doorvoeden? Is dit uiteindelijk vanuit ethisch oogpunt te verkopen?
Ontstaat er een groep vetleveranciers, mensen die van nature makkelijk vet ophopen en dat telkens opnieuw aankweken en laten wegzuigen? Krijgen hun omdat ze de wereld van voedsel voorzien uiteindelijk de macht in handen?
Worden deze vetleveranciers uiteindelijk speciaal gekweekt (gekloond), betekent dit dan dat niet de keuze voor esthetische vormgeving (beleving van mooi en lelijk) maar de keuze voor functionaliteit (productie van vet) uiteindelijk de uiterlijke vorm van de toekomstige gekloonde mensheid gaat bepalen.



Loréne Bourguignon

Koen Vanmechelen

Roé Cerpac

Silvia B

Lisa Holden

Wim Hardeman

Anje Roosjen

Joanneke Meester

Taco Stolk

Chrystl Rijkeboer

Shunji Hori

Netty van Osch

Agnes Maes

Naan Rijks

Mieke Smits

Rune Peitersen

Olga Ast

Caitlin Masley

Karl Van Welden

Erika Biddle

Adam Zaretsky

Jennifer Kanary

Hanneke van Velzen