| Karl Van Welden | |||||
In 2003 startte Karl Van Welden met de steun van kunstencentrum Vooruit ‘Een bewaarplaats, hijzelf een hoeder #1’ op. Het is een illustratie van hoe de religieuze vormen, constructies van het bizarre en bovennatuurlijke, geëvolueerd zijn in seculiere assemblages, van de late Renaissance tot heden. De bewaarplaats bevat lichamelijke restanten/materie, noem het ‘relikwieën’, van kunstenaars. Het lichamelijk relikwie is variabel en kan onder meer zijn: bloed, haar, niersteen, tand, nagel, bot, huid, urine, uitwerpselen, braaksel, speeksel, zweet, zweer, tranen, neusrestant, wimper, eicel, zaadvloeistof, poliep, appendix vermiformis,… Daarnaast verzekert Van Welden zich voor bijkomende informatie door een DNA-staal af te nemen. Als hoeder geeft hij zichzelf de opdracht het materiaal en de gegevens te behoeden en te beschermen, om later door te geven aan de volgende generaties. Geschiedenis wordt op dergelijke manier geïllustreerd door iets tastbaars. Het lichaamsmateriaal van de kunstenaar dient enerzijds als relikwie. De - nu nog levende - kunstenaar wordt gematerialiseerd via een lichaamsrestant. In deze context gaat het niet over wat het is, wel over wat erachter steekt. Het object krijgt zijn waarde door het subject. Hierbij duikt de vraag op of we niet vaker voor dergelijke situatie komen te staan bij het kijken naar hedendaagse kunst. In ‘Een bewaarplaats, hijzelf een hoeder’ wordt de kunstenaar kunst. Anderzijds wordt het menselijke materiaal gebruikt als onderzoeksobject, gericht op de uitbreiding en de verdieping van kennis. Het lichamelijke materiaal bevat DNA en bijgevolg gigantische hoeveelheden informatie in een kleine ruimte. De identiteit van een individu of de mate van verwantschap tussen individuen kan worden vastgesteld. Karl Van Welden wil ondermeer op lange termijn het onderzoek naar de universele kunstenaar aangaan, dit vanuit een verlangen een meer en beter begrip van de bestaande werkelijkheid te krijgen. Via onder andere het DNA-materiaal, het handschrift en een afbeelding van de artiest wordt een zoektocht mogelijk gemaakt naar hoe de universele kunstenaar er uit ziet of zal uitzien, en wat zijn intrinsieke kwaliteiten zijn. Het eindpunt van het onderzoek kan een gewijzigde kunstgeschiedenis representeren. Om tot een bewaarplaats en voldoende onderzoeksobjecten te komen is het allereerst gewenst dat zoveel mogelijk kunstenaars iets lichamelijks afstaan. Hiervoor richt Van Welden, naast het persoonsgericht verzamelen, ten gepaste tijde verzamelacts in op projecten waar veel kunstenaars samen zijn. Hierbij wordt meermaals gebruik gemaakt van een mobiel-labo of een verzamelmobiel. Op dergelijke manier heeft de verzamelaar z’n ganse collectie voortdurend op zak. De act van het verzamelen en de georganiseerde display is in zichzelf een kunstvorm, een verschijning van ‘de wens om alle kennis te verzamelen in een beperkte ruimte’.
|
![]() |
||||
Loréne BourguignonKoen VanmechelenRoé CerpacSilvia BLisa HoldenWim HardemanAnje RoosjenJoanneke MeesterChrystl RijkeboerShunji HoriNetty van OschAgnes Maes |
|||||