|
prof.
dr. Frank Grosveld is als hoogleraar celbiologie en genetica verbonden
aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Hij nam deel aan het slotdebat
op 15 oktober (met korte presentatie).
prof.
dr. Frank Grosveld is a professor of Microbiology and Genetics at the
Erasmus Medical Centre in Rotterdam. He participated in the final debate
on October 15th (with a short presentation).
website:
www.biomedicalgenetics.nl
How
Genomics saved the life of Art(1)
door F.Grosveld(2)
en J.C.Molenaar(3)
Out
of reluctant matter
What can be gathered? Nothing,
beauty at best.
And so, cherry blossoms must
suffice for us
And chrysanthemums and the full
moon.
Czeslaw Milosz(4)
Van
de vijf onderwerpen die kloone4000 aan de orde stelt, nodigen tenminste
de twee laatste uit tot een of andere vorm van samenwerking tussen kunstenaars
en wetenschappers: 4. Kunst als Kennis en 5. De Verhouding tussen Kunst
en Genomics: is er een toenadering mogelijk?
Maar ook de andere drie prikkelen tot discussie: 1. Het tragische van
schoonheid, 2. Wie is mijn vader, wie is mijn moeder? en 3. Ben ik mijn
tweeling?
Maar
eerst die laatste twee.
In zijn Ode on a Grecian Urn, zegt John Keats: ‘Schoonheid is waarheid,
waarheid schoonheid’ –weet slechts dat, en ’t is genoeg,
dit leven lang.(5,6)
In de kunst gaat het om schoonheid en in de wetenschap om waarheid. Zijn
kunst en wetenschap dus elkaars gelijke, zo niet dan toch verwant aan
elkaar?
In zijn boekje Quiddities(7)
stelt filosoof W.V. Quine dat het tegendeel waar is: ‘Truth and
beauty are poles apart. Truth preoccupies the alethic pole of the intellectual
sphere and beauty the aesthetic pole. Each is admirable in its way’,
aldus Quine. Tot de ‘alethic’ pool voelt vooral de wetenschap
zich aangetrokken. Daar wordt gezocht naar de werkelijkheid zoals die
is en gaat het over waar en onwaar, echt en onecht, juist of juist niet.
Op de ‘aesthetic’ pool heeft de verbeelding het voor het zeggen.
Hier heerst de kunst om wille van de kunst. Er zijn wel verschillen dus,
maar volgens Quine is het onderscheid tussen die twee polen een kwestie
van accenten, niet van begrenzingen. Onderlinge invloed en wederzijdse
bijdragen zijn mogelijk.
De bioloog Lewis Wolpert gaat verder en benadrukt de verschillen. Wetenschap
heeft, volgens hem, wel enige invloed op kunst gehad, maar omgekeerd heeft
de kunst vrijwel niets bijgedragen tot de wetenschap. We moeten niet pretenderen,
aldus Wolpert, dat die twee disciplines vergelijkbaar, elkaars evenbeeld
zijn, maar in plaats hiervan moeten we blij zijn met de zeer verschillende
manieren waarop zij onze cultuur verrijken, zo besluit hij zijn reactie(8)
op de zogenaamde sci-art projecten van de Wellcome Trust in London.
Kunst
en wetenschap, wat zijn de belangrijkste verschillen? En hoe is toenadering
mogelijk?
Kunst en wetenschap hebben het over totaal andere werkelijkheden. In de
wetenschap wordt kennis verworven door te proberen de werkelijkheid te
zien zoals die is, en te begrijpen hoe de wereld om ons heen in elkaar
zit en werkt.
In de kunst wordt een werkelijkheid geschapen die, aldus Willem Jan Otten(9)
, verwijst ‘naar iets wat niet bestaat’.
Ook degenen die ze beoefenen, de kunstenaar en de wetenschapper, lijken
geen spat op elkaar. De wetenschapper is iemand die feiten kent, de kunstenaar
iemand die illusies oproept.
De wetenschapper beseft dat de werkelijkheid er, onafhankelijk van de
wetenschapper, al is en nog slechts moet worden gezien. Iedere wetenschapper
wordt gedreven door het verlangen om als eerste te zien wat anderen nog
niet hadden opgemerkt. Maar als Watson en Crick niet als eersten de structuur
van het DNA hadden beschreven, dan waren dat vrijwel zeker Rosalind Franklin
en Aaron Klug geweest.
De werkelijkheid die de kunstenaar schept is echter illusoir en bestaat
bij de gratie van de kunstenaar en van de beschouwer van de kunst, die
door de kunstenaar moet worden overtuigd.
Hierbij komt nog dat het DNA molecuul er altijd al is geweest, het bestaan
moest nog slechts worden opgemerkt. De figuur van Don Giovanni uit de
opera van Mozart daarentegen, ontstond dank zij Mozart en zou zonder hem
nooit tot leven zijn gekomen. Bovendien is het DNA molecuul altijd aanwezig,
ook als je het niet ziet. Don Giovanni is er alleen als hij wordt opgeroepen
door een overtuigende uitvoering van de muziek van Mozart. Zodra die is
verklonken, verdwijnt Don Giovanni.
Is
toenadering tussen kunst en wetenschap mogelijk? Misschien vinden ze elkaar
in het besef dat zowel wetenschap als kunst kunnen worden omschreven als
niet meer dan een poging om dichterbij te komen, omdat onbevangen kijken
voor een mens nu eenmaal niet is weggelegd(10).
Dichterbij wat? Bij het inzicht hoe de wereld in elkaar zit, hoe die werkt
en hoe hier vat op te krijgen, wie we zijn, waar we vandaan komen en waarheen
we gaan, de broosheid van ons bestaan.
Pogingen met wisselend succes, afhankelijk van het vermogen tot onbevangen
kijken, want zonder dat gaat het niet.
In
de andere drie onderwerpen van kloone4000 is die onbevangenheid ver te
zoeken.
Klonen gaat over het verzamelen van de perfecte eigenschappen, het beste
DNA en zal uiteindelijk resulteren in een nieuwe, veel hogere standaardnorm
van schoonheid en gezondheid, aldus onderwerp 1.
Het klonen van gezonde organismen is echter buitengewoon moeilijk en het
leidt tot meer aangeboren defecten dan vóórkomen bij de
nakomelingen van normale sexuele voortplanting. Het kostte 277 pogingen
voordat het schaap Dolly in het leven kon worden geroepen en na 6 jaar
moest Dolly worden afgemaakt wegens het bestaan van ernstige afwijkingen.
Alle tot op heden gekloonde dieren vertonen afwijkingen en voor hun ontstaan
zijn goede wetenschappelijke redenen aan te geven.
Het is de combinatie van schoonheid en het tragische dat kunstenaars aantrekken
en gebruiken in hun werk. Voor veel kunstenaars is juist het lelijke een
bron van inspiratie, de afwijking wat iets interessant en uiteindelijk
zelfs weer ‘mooi’ maakt, staat te lezen bij onderwerp 1.
Het klonen van mensen, voorzover al mogelijk, zal zeker aan de kunstenaars
voor wie juist het lelijke een bron van inspiratie is en die zich hiertoe
voelen aangetrokken, eerder méér dan minder de gelegenheid
geven om ‘de combinatie van schoonheid en het tragische te gebruiken
in hun werk’.
Tegen die achtergrond lijkt de vraag uit onderwerp 2: Hoe zien de seksuele
omgangsvormen eruit wanneer zaadcellen overbodig zijn en eicellen worden
leeggemaakt voor gebruik? vergezocht en niet het eerste waarover een mens
zich zorgen hoeft te maken. Dit geldt ook voor de vraag van onderwerp
3: Betekent klonen grote groepen identieke mensen, zowel uiterlijk als
genetisch identiek?. Ook al zou kunstmatig klonen met succes kunnen worden
uitgevoerd, wat irrealistisch is, dan nog zouden de gekloonde mensen,
hoewel genetisch identiek, uiterlijk sterk verschillen. Identieke tweelingen
zijn overigens perfecter klonen dan kunstmatige, maar blijkbaar voor Kloone
4000 niet interessant.
Onkunde en vooroordelen zijn slechte gidsen. Zij nemen de onbevangenheid
weg die wetenschappers en kunstenaars nodig hebben om dichterbij te kunnen
komen.
Interessanter en dus beter ware het meer aandacht te schenken aan de artistieke
en wetenschappelijke aspecten van zien en perceptie. Hierover is in de
recente literatuur zoveel boeiend werk is verschenen(11).
(1)
Met een knipoog naar: S.Toulmin, How medicine saved the life of ethics.
PerPerspect Biol Med. 1982 Summer;25(4):736-50.
(2) hoogleraar celbiologie, Erasmus MC Rotterdam
(3) hoogleraar emeritus kinderchirurgie, Erasmus MC Rotterdam
(4)Uit “No More”van Czeslaw Milosz 1911- 2004 (Nobelprijs
literatuur 1980)
(5)‘Ode on a Grecian Urn’ van John Keats (1795- 1825) in Harold
Bloom Lionel Trilling, The Oxford Anthology of English Literature, Romantic
Poetry and Prose, p541. Oxford University Press 1973.
(6) Vertaling van Jan Prins in Gerrit Komrij, Aan een droom vol weelde
ontstegen. Poëzie uit de Romantiek 1750 – 1850. Meulenhoff
Amsterdam 1982.
(7) W.V.Quine, Quiddities, ‘Beauty’ in An Intermittently Philosophical
Dictionary. The Belknap Press of Harvard University Press, Cambridge,
Massachusetts.
(8) Lewis Wolper ‘Which side are you on?’ Observer van Zondag
10 Maart, 2002
(9) Willem Jan Otten in een inteview met Peter Steinz in NRC Handelsblad
van vrijdag 12 april 2005.
(10) Betty van Garrel, K.Schippers, Hans Sizoo e.a. Jaap Hillenius: poging
om dichterbij te komen. 2004 Ludion, Amsterdam
(11) V.S. Ramachandran, Beauty or Brains. Science, 2004, 305:779-81
|
|
 |